Een firewall is een beveiligingssysteem dat netwerkverkeer controleert en op basis van vaste regels bepaalt wat wel en niet wordt doorgelaten. Het kan uit software of hardware bestaan en beschermt een computer, netwerk of server tegen ongewenst en kwaadaardig verkeer.

Hoe een firewall werkt

Een firewall vergelijkt elk stukje verkeer met een lijst regels. Die regels kijken bijvoorbeeld naar het IP-adres van de afzender, de poort waarop het verkeer binnenkomt en het gebruikte protocol. Past het verkeer bij een regel die het toestaat, dan gaat het door. Anders wordt het geblokkeerd.

Een veelgebruikte aanpak is alles blokkeren en alleen toestaan wat nodig is. Een server voor een website laat dan bijvoorbeeld alleen de poorten voor webverkeer open, en sluit de rest.

Soorten firewalls

Er zijn verschillende typen, voor verschillende doelen:

  • netwerkfirewall: staat tussen een netwerk en het internet, als apart apparaat of als software;
  • serverfirewall: software op de server zelf, die bepaalt welke verbindingen worden toegelaten;
  • persoonlijke firewall: onderdeel van het besturingssysteem van een computer;
  • webapplicatiefirewall (WAF): kijkt naar de inhoud van webverkeer en kan bekende aanvalspatronen herkennen, zoals pogingen tot SQL-injectie.

Beperkingen

Een firewall is een belangrijke laag, maar geen volledige bescherming. Hij beschermt niet tegen zwakke wachtwoorden, verouderde software of fouten in een website zelf. Ook kan een firewall niet elke aanval herkennen, zeker niet als het verkeer er op het eerste gezicht normaal uitziet.

Bij een DDoS-aanval is extra bescherming nodig, omdat de hoeveelheid verkeer zo groot kan zijn dat een gewone firewall het niet aankan. Beveiliging bestaat daarom uit meerdere lagen, waarvan de firewall er één is.