React is een open source JavaScript-bibliotheek voor het bouwen van gebruikersinterfaces. Een scherm wordt opgebouwd uit kleine, herbruikbare onderdelen die componenten heten. Zo kunnen ontwikkelaars interactieve websites en webapplicaties maken waarin de pagina direct meebeweegt met wat de bezoeker doet.
Waarvoor wordt het gebruikt
React wordt gebruikt voor de zichtbare kant (de frontend) van websites en webapplicaties waarin veel gebeurt: dashboards, formulieren die direct reageren, filters en online beheeromgevingen. Het wordt ook gebruikt om mobiele apps te bouwen.
Een voorbeeld: een productfilter waarbij de lijst direct verandert zodra de bezoeker een kleur kiest, zonder dat de hele pagina opnieuw wordt geladen.
Belangrijkste kenmerken
- Componenten: een knop, formulier of productkaart wordt eenmaal gemaakt en op meerdere plekken hergebruikt.
- State: de gegevens die bepalen wat er op het scherm staat. Als die veranderen, past React alleen de betrokken onderdelen aan.
- JSX: een schrijfwijze waarmee HTML-achtige code binnen JavaScript staat.
React bepaalt zelf efficiënt welke delen van de pagina moeten worden bijgewerkt, zodat ontwikkelaars dat niet handmatig hoeven te regelen.
Beperkingen en nuances
React gaat alleen over de gebruikersinterface. Voor zaken als navigatie tussen pagina’s, het ophalen van gegevens en opslag zijn aanvullende pakketten of een framework bovenop React nodig.
Pagina’s die volledig in de browser worden opgebouwd, hebben extra aandacht nodig voor laadtijd. Daarom kiezen veel teams ervoor een deel van de pagina al op de server op te bouwen.
React in de praktijk
Veel projecten gebruiken React samen met een framework dat de navigatie en serverfuncties regelt, zoals Next.js. Daarnaast bestaat er een variant, React Native, waarmee dezelfde manier van werken wordt gebruikt voor apps op telefoons. Wie React wil gebruiken, heeft kennis van JavaScript nodig, omdat de componenten in die taal worden geschreven.