JavaScript is een programmeertaal die vooral wordt gebruikt om websites interactief te maken. De code draait in de browser van de bezoeker en kan de inhoud van een pagina aanpassen zonder dat de pagina opnieuw hoeft te laden. Naast HTML en CSS is het een van de basistechnieken van het web.
Waarvoor wordt het gebruikt
JavaScript zorgt voor gedrag op een pagina. Voorbeelden zijn een uitklapmenu, het controleren van een formulier voordat het wordt verstuurd, een fotoslider of een zoekveld dat direct suggesties toont. Ook het ophalen van nieuwe gegevens van een server, zonder de hele pagina te vernieuwen, gebeurt met JavaScript.
Zonder JavaScript zou een pagina na vrijwel elke handeling volledig opnieuw moeten worden geladen.
Ook buiten de browser
JavaScript is oorspronkelijk gemaakt voor de browser, maar kan met Node.js ook op een server draaien. Daardoor kan dezelfde taal worden gebruikt voor zowel de voorkant als de achterkant van een toepassing. Bekende bibliotheken en frameworks zoals React en Vue.js zijn in JavaScript geschreven.
Let op bij het gebruik
JavaScript heeft niets met de programmeertaal Java te maken; de namen lijken alleen op elkaar. Bezoekers kunnen JavaScript uitschakelen, en veel of zware scripts kunnen een pagina trager maken. Belangrijke inhoud staat daarom bij voorkeur ook gewoon in de HTML van de pagina zelf.
Hoe JavaScript op een pagina werkt
JavaScript staat in een los bestand of rechtstreeks in de pagina en wordt door de browser ingelezen en uitgevoerd. Het script reageert op acties van de bezoeker, zoals een klik, een toetsaanslag of het scrollen. Het kan elementen op de pagina toevoegen, verbergen of veranderen. Voor veelvoorkomende taken gebruiken ontwikkelaars vaak kant-en-klare bibliotheken, zodat ze niet alles zelf hoeven te schrijven. De taal wordt gestandaardiseerd onder de naam ECMAScript.