SQL is een taal waarmee je gegevens in een database kunt opvragen, toevoegen, wijzigen en verwijderen. De afkorting staat voor Structured Query Language. SQL wordt gebruikt bij relationele databases, waarin gegevens in tabellen met rijen en kolommen staan.

Wat je met SQL doet

Een opdracht in SQL heet een query. De vier basishandelingen zijn:

  • SELECT: gegevens opvragen
  • INSERT: nieuwe gegevens toevoegen
  • UPDATE: bestaande gegevens wijzigen
  • DELETE: gegevens verwijderen

Daarnaast kun je met SQL tabellen aanmaken en tabellen aan elkaar koppelen, bijvoorbeeld klanten aan hun bestellingen.

Een voorbeeld uit de praktijk

Een webshop kan met een SQL-query alle producten opvragen die in een bepaalde categorie vallen en op voorraad zijn. De database geeft dan alleen de rijen terug die aan die voorwaarden voldoen. Wat een bezoeker op de pagina ziet, is vaak het resultaat van zulke queries die op de achtergrond zijn uitgevoerd.

Varianten en veiligheid

SQL is een standaard, maar databasesystemen zoals MySQL voegen eigen uitbreidingen toe. Daardoor werkt niet elke query overal precies hetzelfde. Een aandachtspunt is invoer van bezoekers: als die ongecontroleerd in een query terechtkomt, kan dat worden misbruikt voor een aanval die bekendstaat als SQL-injectie.

Opbouw van een database

SQL werkt met tabellen. Elke tabel heeft kolommen die vastleggen welke gegevens erin passen, zoals tekst, een getal of een datum. Elke rij is één vastgelegd geval, bijvoorbeeld één klant. Doordat tabellen via een gedeeld nummer aan elkaar worden gekoppeld, hoeft een gegeven maar één keer te worden opgeslagen. Een bestelling verwijst dan naar een klant, in plaats van zijn gegevens opnieuw op te slaan. Dit heet een relatie tussen tabellen.