Een heading tag is een HTML-element waarmee een kop op een webpagina wordt aangegeven. Er zijn zes niveaus, van h1 tot en met h6, waarbij h1 het belangrijkste niveau is. De koppen geven de tekst structuur voor bezoekers, zoekmachines en schermlezers.
Hoe de niveaus werken
De h1 is de hoofdkop en beschrijft waar de hele pagina over gaat. Meestal staat er één h1 op een pagina. De h2-koppen verdelen de pagina in onderdelen, een h3 verdeelt zo’n onderdeel weer in kleinere stukken, enzovoort. Zo ontstaat een soort inhoudsopgave in de vorm van een boomstructuur.
Een artikel over koffie zetten kan bijvoorbeeld een h1 hebben met die titel, h2-koppen als „Soorten koffiebonen” en „Zetmethodes”, en onder de laatste h3-koppen per methode.
Waarvoor wordt het gebruikt
Bezoekers scannen een pagina vaak eerst op koppen om te zien of de tekst bevat wat ze zoeken. Mensen die een schermlezer gebruiken, kunnen van kop naar kop springen om door de pagina te navigeren. Zoekmachines gebruiken de koppen om te begrijpen hoe een pagina is opgebouwd en waar de onderdelen over gaan.
Een duidelijke kopstructuur maakt een pagina ook voor de schrijver overzichtelijker. Zet je alle koppen onder elkaar, dan moet je de opbouw van het verhaal kunnen volgen.
Verwar de h1 niet met de meta title. Die staat in de code in het hoofd van de pagina en wordt in de zoekresultaten getoond, terwijl de h1 zichtbaar op de pagina zelf staat.
Waar je op moet letten
Kies een heading tag op basis van de structuur van de tekst en niet op basis van het uiterlijk. Wil je alleen grotere of vetgedrukte tekst, regel dat dan met CSS. Sla ook geen niveaus over, bijvoorbeeld van h2 direct naar h4, en gebruik koppen niet om zoekwoorden op te sommen.