CSS, voluit Cascading Style Sheets, is de taal waarmee de opmaak van een webpagina wordt bepaald. Met CSS stel je kleuren, lettertypen, ruimtes en de indeling van een pagina in. De inhoud zelf staat in HTML, CSS bepaalt hoe die eruitziet.

Hoe CSS werkt

CSS bestaat uit regels. Elke regel kiest eerst een of meer elementen uit de pagina, de selector, en geeft daarna eigenschappen met waarden, zoals een tekstkleur of een lettergrootte. Een regel kan bijvoorbeeld bepalen dat alle koppen een bepaalde kleur krijgen. De regels staan meestal in een apart bestand dat door meerdere pagina’s van een website tegelijk wordt gebruikt.

Een bestand met CSS-regels heet een stijlblad (stylesheet). Je kunt de regels ook in de HTML-pagina zelf opnemen, maar een apart bestand houdt het overzichtelijk.

Opmaak los van de inhoud

Door opmaak en inhoud te scheiden, hoef je een uiterlijk maar op één plek aan te passen om het over een hele website door te voeren.

Het woord cascading verwijst naar het principe dat meerdere regels tegelijk kunnen gelden. Als ze elkaar tegenspreken, bepalen vaste voorrangsregels welke wint: een specifiekere regel of een regel die later komt, krijgt in de regel voorrang.

Wat CSS mogelijk maakt

Met CSS bepaal je niet alleen kleuren en lettertypen, maar bouw je ook complete lay-outs, bijvoorbeeld in kolommen of rasters. Ook animaties en overgangen zijn mogelijk.

Met zogenoemde media queries past een pagina haar opmaak aan het scherm aan, wat de basis vormt van responsive webdesign. CSS wordt voortdurend uitgebreid met nieuwe mogelijkheden, die niet altijd in alle browsers even snel beschikbaar zijn.

Zo kan dezelfde HTML-pagina er op een telefoon heel anders uitzien dan op een computerscherm.