SaaS staat voor Software as a Service: software die je als dienst via internet gebruikt, meestal tegen een abonnement. Je installeert niets zelf. De aanbieder zorgt voor de servers, het onderhoud en de updates, en jij logt in via de browser of een app.
Waarvoor wordt het gebruikt
SaaS wordt gebruikt voor allerlei bedrijfstaken, zoals boekhouden, het bijhouden van klantcontacten in een CRM, het versturen van nieuwsbrieven, projectplanning of het bouwen van een webshop. Een voorbeeld is een boekhoudpakket dat je in de browser opent, waarbij de gegevens op de servers van de aanbieder staan.
Belangrijkste kenmerken
- Abonnement: je betaalt per maand of per jaar, vaak afhankelijk van het aantal gebruikers of de omvang van het gebruik.
- Geen installatie: de software draait bij de aanbieder, niet op je eigen computer of server.
- Updates inbegrepen: nieuwe versies en beveiligingsupdates worden door de aanbieder doorgevoerd.
- Overal bereikbaar: je gebruikt de software op elk apparaat met internet.
Beperkingen en nuances
Bij SaaS ben je afhankelijk van de aanbieder voor beschikbaarheid, prijzen en functies. Aanpassingen op maat zijn meestal beperkter dan bij zelf gebouwde software. De gegevens staan bij de aanbieder, dus het is belangrijk te weten waar ze staan, hoe je ze kunt exporteren en hoe de aanbieder omgaat met de AVG.
Naast SaaS bestaan IaaS (infrastructuur) en PaaS (platform), waarbij de afnemer meer zelf beheert.
SaaS en zelf gehoste software
Het alternatief voor SaaS is software die je zelf installeert op een eigen server of bij een hostingpartij. Je houdt dan meer controle over de gegevens en de instellingen, maar je moet zelf zorgen voor installatie, beveiliging en updates. Welke keuze past, hangt af van het budget, de kennis in huis en de wensen voor maatwerk.