Een CDN (content delivery network) is een netwerk van servers op verschillende locaties dat kopieën van de bestanden van een website bewaart. Een bezoeker krijgt die bestanden van een server in de buurt, waardoor de pagina meestal sneller laadt.

Hoe een CDN werkt

De oorspronkelijke server van een website heet de origin. Vraagt een bezoeker voor het eerst een bestand op, dan haalt het CDN dat bestand bij de origin en bewaart er een kopie van op een nabijgelegen server, ook wel edge server genoemd. Dat tijdelijk bewaren heet cache.

Volgende bezoekers uit dezelfde regio krijgen de kopie direct, zonder dat de origin ingeschakeld hoeft te worden.

Hoe dichter de server bij de bezoeker staat, hoe korter de afstand is die de gegevens moeten afleggen.

Waarvoor wordt een CDN gebruikt

Een CDN wordt vooral ingezet voor bestanden die niet vaak veranderen, zoals afbeeldingen, stijlbestanden, scripts en video. Voor een webshop met bezoekers in meerdere landen betekent dit dat productfoto’s niet steeds van dezelfde server hoeven te komen.

  • Pagina’s laden meestal sneller.
  • De origin wordt ontlast, ook bij drukte.
  • Veel aanbieders voegen beveiliging toe, zoals bescherming tegen een DDoS-aanval.

Beperkingen

Niet alle inhoud kan zomaar worden bewaard. Persoonlijke onderdelen, zoals een winkelwagen of een ingelogd account, verschillen per bezoeker en horen niet gedeeld te worden. Na een wijziging van een bestand moet de oude kopie bovendien worden vernieuwd, anders blijft de verouderde versie zichtbaar. Cloudflare is een bekend voorbeeld van een aanbieder die een CDN levert.

Een CDN werkt het best samen met goede instellingen op de website zelf, zoals een duidelijke bewaartijd per bestand. Zo weet het CDN hoe lang een kopie bruikbaar blijft.