XML is een tekstformaat om gegevens te beschrijven met zelfgekozen labels, zogenoemde tags. De afkorting staat voor Extensible Markup Language. XML legt vast wat gegevens betekenen, zodat verschillende systemen ze op dezelfde manier kunnen lezen.
Opbouw van XML
Een XML-bestand bestaat uit elementen met een begintag en een eindtag. Elementen kunnen in elkaar zitten en vormen zo een boomstructuur met één hoofdelement. Een element product kan bijvoorbeeld de elementen naam en prijs bevatten. Extra informatie kan als attribuut aan een tag worden toegevoegd.
Het verschil met HTML is dat HTML vaste tags heeft voor de weergave van een pagina, terwijl je bij XML zelf bepaalt welke tags je gebruikt om gegevens te beschrijven.
Waarvoor wordt XML gebruikt
XML wordt gebruikt voor het uitwisselen en opslaan van gegevens tussen systemen. Bekende voorbeelden bij websites zijn de XML-sitemap, RSS-feeds en een productfeed voor een webshop. Ook veel andere softwarepakketten bewaren hun bestanden of exporten gegevens in XML. Het voordeel is dat de gegevens als gewone tekst worden opgeslagen en dus door verschillende programma’s te lezen zijn.
XML en JSON
JSON is een ander formaat voor hetzelfde soort taak en is compacter. XML biedt meer mogelijkheden, zoals opmerkingen, een formele beschrijving van de toegestane structuur en een duidelijke scheiding van namen. Beide formaten zijn in gebruik; welk formaat wordt gebruikt, hangt meestal af van het systeem waarmee wordt gekoppeld.
Controle op de structuur
Een voordeel van XML is dat de toegestane structuur formeel kan worden vastgelegd, bijvoorbeeld in een schema. Een programma kan dan controleren of een bestand klopt voordat het wordt verwerkt. Is een tag niet gesloten of ontbreekt een verplicht element, dan wordt het bestand afgekeurd. Dat voorkomt dat onjuiste gegevens ongemerkt in een ander systeem terechtkomen.