HTTP (HyperText Transfer Protocol) is het protocol waarmee een browser en een webserver gegevens met elkaar uitwisselen. Het bepaalt hoe een browser een pagina, afbeelding of bestand opvraagt en hoe de server daarop antwoordt. HTTP vormt daarmee de basis van het verkeer op het web.

Hoe HTTP werkt

HTTP werkt met verzoeken en antwoorden. Als iemand een webadres intikt, stuurt de browser een verzoek (request) naar de webserver. De server stuurt een antwoord (response) terug, bijvoorbeeld de gevraagde pagina. Een pagina bestaat meestal uit meerdere bestanden, dus voor één bezoek volgen vaak tientallen verzoeken.

HTTP onthoudt zelf niets over eerdere verzoeken. Elk verzoek staat op zichzelf. Gegevens zoals een inlogsessie worden daarom met aanvullende middelen bijgehouden, zoals cookies.

Onderdelen van een bericht

Een HTTP-bericht bestaat uit een aantal vaste onderdelen:

  • de methode, zoals GET om iets op te halen of POST om gegevens te versturen;
  • het pad van het gevraagde bestand of de gevraagde pagina;
  • headers: extra informatie, bijvoorbeeld over het type bestand of de taal;
  • eventueel een body met de eigenlijke inhoud, zoals de gegevens uit een formulier.

Het antwoord van de server bevat altijd een statuscode die aangeeft of het verzoek is gelukt.

HTTP en HTTPS

Gewoon HTTP versleutelt het verkeer niet. Wie op hetzelfde netwerk meekijkt, kan de uitgewisselde gegevens in principe lezen of aanpassen. HTTPS is HTTP met versleuteling erbovenop en is daarom de standaard voor websites.

HTTP kent meerdere versies, zoals HTTP/1.1, HTTP/2 en HTTP/3. Ze doen hetzelfde, maar versturen de gegevens efficiënter. Kort gezegd: HTTP is de afspraak over hoe webverkeer wordt opgevraagd en beantwoord.