Een API (Application Programming Interface) is een afgesproken manier waarop twee stukken software met elkaar kunnen communiceren. Een programma vraagt via de API om gegevens of om een actie en ontvangt een antwoord, zonder dat het hoeft te weten hoe het andere systeem intern werkt.
Waarvoor wordt een API gebruikt
Een API maakt koppelingen tussen systemen mogelijk. Een webshop stuurt bijvoorbeeld het bedrag van een bestelling via een API naar een betaalprovider en krijgt terug of de betaling is gelukt. Andere voorbeelden zijn het ophalen van een weersverwachting, het tonen van een kaart op een contactpagina of het synchroniseren van voorraad met een ander systeem.
Hoe een API werkt
Een API werkt met aanvragen en antwoorden. Het ene systeem stuurt een aanvraag met daarin wat het wil weten of doen. Het andere systeem verwerkt die aanvraag en stuurt een antwoord terug. Bij webkoppelingen gebeurt dit meestal via HTTP, en worden de gegevens vaak als JSON uitgewisseld. Een veelgebruikte opzet is de REST API.
De aanbieder legt in documentatie vast welke aanvragen mogelijk zijn. Vaak is een persoonlijke sleutel nodig om toegang te krijgen.
Beperkingen en aandachtspunten
Aanbieders stellen vaak grenzen aan het aantal aanvragen dat per periode is toegestaan. Wijzigt een aanbieder zijn API, dan kan een bestaande koppeling stoppen met werken. Daarnaast moet de toegang goed worden beveiligd, omdat een API vaak gevoelige gegevens kan opvragen of aanpassen.
Voorbeeld van een koppeling
Een website wil bij een bestelling de verzendkosten tonen. In plaats van zelf alle tarieven bij te houden, vraagt de website via een API aan een vervoerder wat het versturen van een pakket kost. De vervoerder rekent het uit en stuurt de uitkomst terug. De website toont dat bedrag aan de klant. Dit voorbeeld is bedoeld ter illustratie van het principe.